ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1822
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003, inclusief een boetebeschikking. De bezwaartermijn bedroeg zes weken vanaf de dag van bekendmaking. Hoewel het bezwaarschrift binnen zeven weken na afloop van de termijn werd ontvangen, was het niet aannemelijk dat het binnen de zes weken ter post was bezorgd.
De rechtbank had belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de termijn. Het hof bevestigt dit oordeel na onderzoek van de dagtekening van het bezwaarschrift, de poststempel en de verklaring van belanghebbende zelf dat het bezwaarschrift pas op 14 september 2006 was gepost, terwijl de termijn eindigde op 13 september 2006.
Belanghebbende voerde aan dat de ontvangst binnen zeven weken voldoende was en beriep zich op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel, omdat bezwaren over andere jaren wel in behandeling waren genomen. Het hof verwierp deze stellingen, mede omdat ook die bezwaren wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk waren verklaard.
Verder oordeelde het hof dat de lange duur van de bezwaarprocedure geen reden was om het bezwaar alsnog ontvankelijk te verklaren. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens te late indiening.