ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1821
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens te late indiening ondanks ontvangst binnen termijn
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2002 en een boetebeschikking, beide gedagtekend op 3 augustus 2006. Het bezwaarschrift was gedagtekend op 14 september 2006, maar werd pas op 20 september 2006 ontvangen door de inspecteur. Volgens artikel 6:7 Awb Pro bedraagt de bezwaartermijn zes weken, die in deze zaak eindigde op 14 september 2006.
Hoewel het bezwaarschrift binnen een week na afloop van de termijn werd ontvangen, was het niet aannemelijk dat het bezwaarschrift uiterlijk op 14 september 2006 ter post was bezorgd. De poststempel op de envelop wees op 19 september 2006. Hierdoor werd het bezwaar niet tijdig ingediend en was het niet-ontvankelijk.
Belanghebbende voerde aan dat het niet uitmaakt wanneer het bezwaarschrift was geschreven, zolang het binnen zeven weken werd ontvangen, maar het hof verwierp dit omdat de wet vereist dat het bezwaarschrift binnen zes weken ter post wordt bezorgd. Ook beroepen op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel slaagden niet, aangezien soortgelijke bezwaren over andere jaren eveneens niet-ontvankelijk waren verklaard.
De vertraging in de uitspraak op bezwaar en een gegrond verklaarde klacht hierover konden de niet-ontvankelijkheid niet doorbreken. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late ter post bezorging ondanks tijdige ontvangst.