ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1658
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mensenhandel en seksuele uitbuiting door loverboy-activiteiten
In deze zaak stond verdachte terecht voor mensenhandel en seksuele uitbuiting van meerdere vrouwen, waarbij hij als loverboy optrad en voordeel trok uit hun prostitutiewerk. Het hof beoordeelde de complexe relationele verhoudingen tussen verdachte en de slachtoffers, waarbij sprake was van dwangmiddelen zoals misbruik van overwicht en misleiding.
Het bewijs bestond uit verklaringen van slachtoffers en getuigen, waarbij het hof met grote behoedzaamheid oordeelde over wisselende en tegenstrijdige verklaringen. Voor twee slachtoffers achtte het hof het bewijs wettig en overtuigend, terwijl verdachte voor andere slachtoffers werd vrijgesproken vanwege onvoldoende bewijs of onbetrouwbare verklaringen.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden, mede rekening houdend met zijn jeugdige leeftijd en lange duur van de gedragingen. Vorderingen tot schadevergoeding werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van aansprakelijkheid. Tevens werden bepaalde geldbedragen verbeurd verklaard en voorwerpen aan het verkeer onttrokken.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3,5 jaar gevangenisstraf voor mensenhandel, seksuele uitbuiting en witwassen, met vrijspraak voor enkele slachtoffers en afwijzing van schadevergoedingsvorderingen.