ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ0991
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste aanslag inkomstenbelasting ondanks verliesbespreking besloten vennootschap
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem betreffende de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2005. Belanghebbende voerde aan dat verliezen van zijn nog te ontbinden besloten vennootschap ten onrechte niet in aanmerking waren genomen bij de aanslag. Tevens stelde hij dat de rechtbank ten onrechte geen uitstel verleende voor het verkrijgen van meer duidelijkheid over de ontbinding.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verliezen van de besloten vennootschap invloed hadden op de aanslag. Het hof onderschreef dit oordeel en stelde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. Daarnaast wees het hof het verzoek om aanhouding af omdat een toekomstige ontbinding geen invloed heeft op de aanslag.
Verder benadrukte het hof dat een verzoek tot middeling van het belastbare inkomen, zoals bedoeld in artikel 3.154 van de Wet inkomstenbelasting 2001, pas kan worden ingediend nadat de aanslag onherroepelijk is geworden. Omdat de aanslag in deze procedure nog niet onherroepelijk is, kan een dergelijk verzoek nog niet worden gedaan.
Het hof concludeerde dat de aanslag correct is vastgesteld en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 2005 en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.