ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ0115
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake privégebruik auto en rittenadministratie bij teamcoördinator
Belanghebbende, werkzaam als teamcoördinator bij een autoverhuur- en leasebedrijf, stelde dat hij de hem ter beschikking gestelde auto in 2004 niet meer dan 500 kilometer privé gebruikte. De inspecteur had dit betwist vanwege onvoldoende sluitende rittenadministratie, vooral omtrent pendelritten tijdens werktijd.
Na eerdere procedures, waaronder cassatie en verwijzing door de Hoge Raad, heeft het Gerechtshof Amsterdam het bewijs opnieuw beoordeeld. Het hof concludeert dat de rittenadministratie voor woon-werkverkeer sluitend is en dat belanghebbende tijdens werktijd geen privégebruik kon maken omdat de auto contractueel als pendelauto werd ingezet.
De inspecteur erkende dat privégebruik buiten werktijd minder dan 500 kilometer bedroeg, maar vond de pendelritten onvoldoende onderbouwd. Het hof oordeelt echter dat belanghebbende met zijn verklaring en administratie voldoende bewijs heeft geleverd dat het privégebruik binnen de wettelijke grens bleef.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, waarbij de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van gemaakte reiskosten en griffierecht. De zaak betreft de toepassing van artikel 3.145 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de interpretatie van bewijsvereisten bij rittenregistraties.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende voldoende bewijs heeft geleverd dat het privégebruik van de auto minder dan 500 kilometer per jaar bedroeg en verklaart het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.