ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ0110
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting inzake taxivrijstelling
Belanghebbende was houder van een personenauto waarvoor een taxivrijstelling motorrijtuigenbelasting was verleend. Na een boekenonderzoek in juli 2004 stelde de Belastingdienst vast dat niet aan de voorwaarden voor de vrijstelling was voldaan gedurende de periode 31 juli 1999 tot en met 29 juli 2001.
De inspecteur legde twee naheffingsaanslagen op, die belanghebbende betwistte. De rechtbank verklaarde de aanslagen terecht opgelegd, maar vernietigde later de boetebeschikkingen. Het hoger beroep richtte zich met name op de vraag of de naheffing terecht was over twee perioden van elk vier aaneengesloten kwartalen, en op de juiste datum van constatering van het feit dat niet aan de vrijstellingsvoorwaarden was voldaan.
Het Hof oordeelde dat de constatering van het feit het moment van het controlerapport in juli 2004 betreft, waardoor naheffing slechts over de vier voorafgaande kwartalen mogelijk is. De naheffingsaanslag over het eerste tijdvak wordt vernietigd, de tweede verminderd tot €48. Procedurele tekortkomingen in de naheffingsaanslag zijn passeerbaar. De boetebeschikkingen worden vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag over het eerste tijdvak wordt vernietigd, de tweede verminderd tot €48 en de boetebeschikkingen worden vernietigd.