ECLI:NL:GHAMS:2011:BP8862
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.M. Tillema
- G.J. Visser
- A.C. van Schaick
- Rechtspraak.nl
Betaling door werknemer van gefixeerde schadevergoeding niet toewijsbaar in kort geding
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een werknemer recht had op doorbetaling van loon over 28 en 29 december 2009 en of de werkgever een gefixeerde schadevergoeding kon vorderen na ontslag op staande voet.
De werknemer stelde dat hij op 28 december 2009 was meegedeeld dat hij niet meer hoefde te komen werken, maar dat hij vanwege overwerk toch loon over de hele maand zou ontvangen. De werkgever betwistte dit en stelde dat de werknemer op die dagen daadwerkelijk had gewerkt. Het hof oordeelde dat de werknemer onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet had gewerkt en dat de verklaring te laat en onvoldoende onderbouwd was.
Verder concludeerde het hof dat het ontslag op staande voet waarschijnlijk rechtsgeldig was gegeven, waardoor de loonvordering onvoldoende aannemelijk was. De door de werkgever gevorderde schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing.
Uiteindelijk vernietigde het hof het eerdere vonnis en wees zowel de vordering van de werknemer als die van de werkgever af, waarbij de proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst zowel de loonvordering van de werknemer als de schadevergoeding van de werkgever af en compenseert de proceskosten.