ECLI:NL:GHAMS:2011:BP8489
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.J. Laurentius-Kooter
- L.M. Croes
- J.J. Makkink
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake verbindendverklaring WCAM-overeenkomst aandelenlease
In deze zaak staat de toepassing van de Wet collectieve afwikkeling massaschade (WCAM) centraal, waarbij een vaststellingsovereenkomst tussen Dexia Bank Nederland N.V. en gedupeerden bij aandelenleaseovereenkomsten verbindend is verklaard voor alle betrokken partijen. Appellant had niet tijdig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zich door middel van een opt out-verklaring aan deze regeling te onttrekken.
Appellant voerde meerdere verweren aan, waaronder het niet ontvangen van een opt out-formulier, het regelmatig voldoen aan betalingsverplichtingen, het ontbreken van instemming met de regeling en de vernietiging van de aandelenleaseovereenkomsten door zijn ex-echtgenote. Het hof oordeelde dat deze verweren niet slagen omdat de verbindendverklaring van de WCAM-overeenkomst de oorspronkelijke verbintenissen vervangt en het wettelijke stelsel geen verplichting tot toezending van een opt out-formulier kent.
Het hof verwierp tevens het beroep op betalingsonmacht en stelde dat de financiële consequenties voor appellant geen grond vormen om Dexia extra verplichtingen op te leggen. De vordering van Varde, als rechtsopvolger van Dexia, is gegrond en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd, waarbij appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en verklaart appellant gebonden aan de verbindendverklaring van de WCAM-overeenkomst.