ECLI:NL:GHAMS:2011:BP8019
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L. Verheij
- M.W.E. Koopmann
- A.H.N. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing tuchtrechtelijke klacht tegen notaris wegens vermeende schending zorgplicht en belangenverstrengeling
Klagers dienden een tuchtrechtelijke klacht in tegen een notaris wegens vermeende schending van de notariële zorgplicht, waaronder het oneigenlijk gebruik van macht, het niet vermelden van een voorbehoud op een kwitantie, het sturen van een nota aan hen in plaats van aan de opdrachtgever, een buitensporig hoge nota, onbevoegd optreden van een medewerker, ongepaste opmerkingen en misleidende vermelding van lidmaatschap van een vereniging.
De notaris betwistte alle klachten en stelde dat zij handelde in het belang van klagers en conform de gemaakte afspraken. De Kamer van Toezicht verklaarde de klachten ongegrond. Klagers brachten in hoger beroep nieuwe klachten over belangenverstrengeling en verboden handel in registergoederen naar voren, maar het hof verklaarde deze niet-ontvankelijk omdat ze niet in eerste aanleg waren ingebracht.
Het hof oordeelde dat de klachten die in eerste aanleg waren behandeld, geen aanleiding gaven tot andere conclusies dan de Kamer van Toezicht. De notaris had gehandeld conform de minnelijke regeling en de gangbare praktijk. De klacht over het niet expliciet toetsen aan artikel 17 lid 1 Wna Pro was ongegrond omdat artikel 98 lid 1 Wna Pro deze norm omvat. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking en verklaarde de nieuwe klachten niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof verklaart klagers niet-ontvankelijk in nieuwe klachten en bekrachtigt de eerdere beslissing dat de notaris niet tekort is geschoten.