ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5570
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- W.J. Noordhuizen
- R.J.Q. Klomp
- Rechtspraak.nl
Rechtsverwerking bij schadevergoeding na omvallen boom in binnentuin
Appellant huurde een woning met binnentuin van Rochdale. Op 7 november 2002 meldde appellant dat een boom in de binnentuin was omgevallen en schade aan de schuur had veroorzaakt. Rochdale werd aansprakelijk gesteld, maar pas bijna vijf jaar later, in oktober 2007, volgde een nieuwe aansprakelijkstelling. Gedurende deze periode werden schadetaxaties opgemaakt zonder medeweten van Rochdale, die niet werd uitgenodigd voor inspecties en geen inzage kreeg in rapporten.
Rochdale stelde dat door het lange tijdsverloop haar positie onaanvaardbaar was benadeeld, omdat zij niet meer adequaat de oorzaak, omvang en beperking van de schade kon onderzoeken. Het hof oordeelde dat het beroep op rechtsverwerking terecht was, omdat appellant onvoldoende actie had ondernomen en daardoor de procespositie van Rochdale ernstig was geschaad.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter dat de vordering van appellant was verwerkt. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van Rochdale. Het arrest benadrukt dat rechtsverwerking een terughoudend toegepaste uitzondering is, die alleen geldt bij onredelijke benadeling van de wederpartij door het stilzitten van de schuldeiser.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de schadevordering is verwerkt wegens onaanvaardbare benadeling van de wederpartij door langdurig stilzitten.