ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5401
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vordering creditcarduitgaven en aansprakelijkheid kaarthouder
In deze zaak stond de vraag centraal of appellant als kaarthouder aansprakelijk was voor uitgaven gedaan met een zakelijke creditcard. Appellant had betwist dat hij houder was van de creditcard waarop de uitgaven waren gedaan en dat de vordering van de creditcarduitgevende partij, Paysquare B.V., betrekking had op uitgaven met zijn kaart.
Het hof oordeelde dat de bewijslast voor het aantonen dat appellant houder was van de creditcard en dat de uitgaven met die kaart waren gedaan, bij Paysquare lag. Paysquare had echter nagelaten voldoende bewijs te leveren, zoals een specificatie van uitgaven of een rekeningoverzicht dat duidelijk maakte dat appellant de kaarthouder was.
Gezien de betwisting van appellant en het ontbreken van voldoende bewijs, kon het hof niet aannemen dat appellant aansprakelijk was voor de vordering. Het hof vernietigde daarom het vonnis van de kantonrechter en het verstekvonnis, wees de vordering af en veroordeelde Paysquare tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen aan appellant, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd Paysquare veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Vordering van Paysquare afgewezen wegens onvoldoende bewijs kaarthouderschap; Paysquare veroordeeld tot terugbetaling met wettelijke rente en proceskosten.