ECLI:NL:GHAMS:2011:BP3478
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake waardering omzetbelastingschuld en regresvordering op gemeenten in vennootschapsbelasting 2004
Belanghebbende, een stichting die sinds 2000 vennootschapsbelastingplichtig is, voerde werkzaamheden uit voor gemeenten en had een naheffingsaanslag omzetbelasting voor de jaren 2000-2003. De vraag was of deze omzetbelastingschuld en de corresponderende vordering op gemeenten op de balans per 1 januari en 31 december 2004 mochten worden opgenomen.
De rechtbank had geoordeeld dat de omzetbelastingschuld niet in 2004 en de vordering niet op de balans mochten worden opgenomen, waardoor de aanslag werd verminderd en het verlies vastgesteld op circa €1.026.190. Het Hof stelde vast dat per 1 januari 2004 geen passiefpost mocht worden opgenomen, maar per 31 december 2004 wel, met een lagere waardering van de regresvordering wegens oninbaarheid van een deel.
Na behandeling in hoger beroep kwamen partijen tot een compromis waarbij de omzetbelastingschuld van €1.116.123 en een regresvordering van €918.123 werden opgenomen, waardoor een verliespost van €198.000 ontstond. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken, verminderde de aanslag tot nihil en stelde het verlies over 2004 vast op €107.867. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof vernietigde eerdere uitspraken, verminderde de aanslag tot nihil en stelde het verlies over 2004 vast op €107.867 met een passende waardering van schuld en vordering op de balans.