ECLI:NL:GHAMS:2011:BP3304
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- B.A. van Brummelen
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vrijstelling douanerechten voor gouden buikriem als terugkerende goederen
Belanghebbende kwam vanuit Irak op Schiphol aan en gaf sieraden, waaronder een gouden buikriem, aan via het groene kanaal. De douane legde een uitnodiging tot betaling (UTB) op voor douanerechten en omzetbelasting. De rechtbank had de aanslag deels vernietigd en de vrijstelling voor de buikriem toegewezen, stellende dat het een terugkerend goed was dat tot de normale bagage behoorde.
In hoger beroep stelde de inspecteur dat er gegronde twijfel bestond over de juistheid van de aangifte, omdat de buikriem weinig gebruikssporen vertoonde, een hoge waarde had en in Irak was aangeschaft. Het hof oordeelde dat deze twijfels objectief waren en dat de inspecteur daarom nadere bewijsstukken mocht vragen. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de invoerrechten in Duitsland waren betaald.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. De buikriem had niet de status van communautair goed en was onregelmatig ingevoerd, waardoor de aanslag terecht was opgelegd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag douanerechten en omzetbelasting op de gouden buikriem.