ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2965
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bockwinkel
- S. Clement
- A. Rutten-Roos
- Rechtspraak.nl
Uitleg en gevolgen van opvolgende leaseovereenkomsten ICT-apparatuur tussen Ordina en Econocom
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen Ordina en Econocom over de uitleg van opvolgende leaseovereenkomsten voor ICT-apparatuur. Ordina vordert terugbetaling wegens onverschuldigde betaling, stellende dat Econocom onjuiste huurprijzen hanteerde. Econocom betwist dit en beroept zich op vervaltermijnen en contractuele bepalingen.
Het hof stelt vast dat de initiële leaseovereenkomst een looptijd van 36 maanden kende met een doorhuurkorting na afloop. Ordina heeft de opvolgende kwartaalcontracten steeds als administratieve aanpassingen gezien, waarbij de oorspronkelijke looptijd bleef gelden. Econocom daarentegen stelde dat elke nieuwe overeenkomst een nieuwe 36-maandstermijn inluidde, waardoor doorhuurkorting niet van toepassing was.
Het hof oordeelt dat Ordina de overeenkomst redelijkerwijs mocht uitleggen zoals zij deed en dat Econocom onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over haar afwijkende uitleg. De vervaltermijn voor de rechtsvordering wordt verworpen omdat Ordina pas in 2007 tot dagvaarding overging na mislukte pogingen tot inzage in de berekeningswijze.
Verder wordt geoordeeld dat Econocom onvoldoende bewijs heeft geleverd over de niet geretourneerde apparatuur en de omvang van de schade, zodat nadere bewijslevering wordt toegestaan. De eiswijziging van Econocom in reconventie wordt niet als misbruik van recht aangemerkt. Het hof verklaart Ordina niet ontvankelijk in haar hoger beroep tegen het tussenvonnis van januari 2009 en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de initiële 36-maandstermijn doorwerkt in opvolgende contracten en staat bewijslevering toe over de omvang van onverschuldigde betaling en schade.