ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2477
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid wegens onvoldoende zorgplicht bij blootstelling aan oplosmiddelen met CTE als gevolg
In deze civiele zaak staat de werkgeversaansprakelijkheid centraal vanwege gezondheidsklachten van de werknemer, veroorzaakt door blootstelling aan organische oplosmiddelen tijdens werkzaamheden in de periode 1977-1987.
Het hof heeft het deskundigenonderzoek van dr. Brunt betrokken bij de beoordeling en vastgesteld dat de werknemer gedurende zijn werkzaamheden is blootgesteld aan overschrijdingen van de maximale aanvaardbare concentraties (MAC-waarden) van oplosmiddelen, met name door het gebruik van de lijmsoort Bisonkit. De deskundige concludeerde dat ongeveer een kwart van de invaliditeit van de werknemer het gevolg is van CTE, veroorzaakt door deze blootstelling.
De werkgever heeft onvoldoende maatregelen getroffen om de blootstelling te beperken, zoals het ontbreken van afzuiging, geforceerde ventilatie en ademhalingsbescherming, ondanks dat zij op de hoogte was of had moeten zijn van de gevaren. Het hof verwerpt de stelling dat destijds alleen rekening hoefde te worden gehouden met kortdurende, reversibele effecten en benadrukt dat de werkgever haar zorgplicht heeft geschonden.
De aansprakelijkheid van de werkgever wordt beperkt tot de schade die voortvloeit uit de klachten die aan CTE kunnen worden toegeschreven. De werkgever wordt veroordeeld tot vergoeding van deze schade, inclusief de kosten van het hoger beroep en deskundigenkosten.
Uitkomst: De werkgever wordt aansprakelijk gehouden voor de schade die voortvloeit uit de CTE-gerelateerde klachten van de werknemer en veroordeeld tot vergoeding daarvan.