ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2027
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vernietigt naheffingsaanslagen BPM wegens onvoldoende bewijs KTO in Toyota
Belanghebbende, exploitant van een taxibedrijf met een Toyota taxi, kreeg naheffingsaanslagen BPM opgelegd wegens vermeend onrechtmatig gebruik van de auto voor taxivervoer. De inspecteur stelde dat een KTO was ingebouwd in de Toyota, wat niet was toegestaan, en baseerde dit op een werkplaatsagenda van het inbouwbedrijf waarin de aanduiding 'div' stond.
Belanghebbende ontkende dat een KTO in zijn Toyota was ingebouwd en leverde een verklaring van zijn vader over wie de KTO inbouwde in diens Mercedes taxi. Het hof onderzocht of de aanduiding 'div' in de werkplaatsagenda daadwerkelijk op de Toyota sloeg, maar vond dit onvoldoende aannemelijk. Ook was geen factuur gevonden die bevestigde dat de Mercedes bij het inbouwbedrijf was geweest.
Het hof concludeerde dat het vermoeden dat een KTO in de Toyota was ingebouwd niet standhield en dat de naheffingsaanslagen en boetebeschikking daarom vernietigd moesten worden. Tevens veroordeelde het hof de inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende moest worden vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen en boetebeschikking BPM worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de aanwezigheid van een KTO in de Toyota.