ECLI:NL:GHAMS:2011:BP1057
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van het beginsel van hoor en wederhoor bij navordering douanerechten
Belanghebbende heeft achttien aangiften ten invoer gedaan van schoenen met vermelding van Cambodja als oorsprongsland en heeft daarbij preferentiële tarieven toegepast op basis van Formulieren A. OLAF heeft echter vastgesteld dat een groot aantal van deze certificaten vals of vervalst waren, waaronder de door belanghebbende gebruikte certificaten. De inspecteur heeft op basis hiervan navorderingen opgelegd in de vorm van uitnodigingen tot betaling (UTB's).
De rechtbank heeft de UTB's vernietigd wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor, omdat belanghebbende niet vooraf is gehoord over de feiten waarop de navorderingen zijn gebaseerd. De inspecteur ging in hoger beroep, maar het Hof bevestigde dat het recht van verdediging vereist dat belanghebbende vooraf de gelegenheid krijgt haar standpunt kenbaar te maken over de elementen waarop de administratie haar besluit baseert.
Het Hof stelde vast dat de UTB's zonder voorafgaande kennisgeving zijn opgelegd, zonder dat belanghebbende toegang had tot alle relevante documenten, waaronder het missierapport van OLAF en toelichtingen op voetnoten. Hierdoor is belanghebbende wezenlijk in haar verdedigingsbelangen geschaad. De stelling van de inspecteur dat de bezwaarfase voldoende waarborg biedt, werd door het Hof verworpen. Het Hof bevestigde daarom de vernietiging van de UTB's en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de vernietiging van de uitnodigingen tot betaling wegens schending van het recht op hoor en wederhoor.