ECLI:NL:GHAMS:2010:BX6298
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.C. Kortenhorst
- M. Gonggrijp-van Mourik
- H.A. Holthuis
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot moord en veroordeling poging tot doodslag met messteken
Op 17 januari 2009 heeft verdachte zijn ex-echtgenote meerdere malen met een mes gestoken in vitale delen van haar lichaam, waaronder de borstholte, buik, gezicht en armen. Het slachtoffer liep hierdoor ernstige, levensbedreigende verwondingen op en werd acuut geopereerd. Verdachte werd kort na het incident aangehouden met bloed aan zijn handen en het mes werd op zijn aanwijzing gevonden.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot moord wegens gebrek aan bewijs voor voorbedachten rade, maar veroordeelde hem voor poging tot doodslag. Het hof bevestigde deze vrijspraak van poging tot moord, maar achtte het subsidiair ten laste gelegde, poging tot doodslag, wettig en overtuigend bewezen. Het hof baseerde dit op de ernst en aard van de verwondingen, de verklaringen van het slachtoffer en verdachte, en het gedrag van verdachte tijdens het incident.
Psychiatrisch onderzoek wees uit dat verdachte leed aan een ernstige depressieve stoornis en een persoonlijkheidsstoornis, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar was. Het hof hield hier rekening mee bij de strafoplegging en legde een gevangenisstraf van vier jaar op, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een bijzondere voorwaarde gesteld tot behandeling onder toezicht van de reclassering.
Het hof benadrukte de ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit van het slachtoffer, de blijvende fysieke en psychische schade, en de impact op het gezin. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot moord en veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, voor poging tot doodslag.