ECLI:NL:GHAMS:2010:BP3797
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir derdenbeslag onder voorwaarde bankgarantie in geschil tussen Chipshol en Luchthaven Schiphol
In deze zaak in hoger beroep tussen Chipshol, Airside vennootschappen en Luchthaven Schiphol stond de opheffing van conservatoir derdenbeslag centraal. Het hof verwees naar een eerder tussenarrest en stelde dat de bankgarantie die gesteld moet worden, toereikend moet zijn en tot uitkering moet kunnen komen zodra een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis of arrest tot een voor Luchthaven gunstigere uitkomst leidt, ook voordat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
Het hof verwierp nieuwe standpunten die buiten het kader van het tussenarrest vielen en bevestigde dat de bankgarantie van december 2007 onderdeel moet zijn van de te stellen garantie. Ook werd bevestigd dat het oordeel van de voorzieningenrechter omtrent de ondeugdelijkheid van het ingeroepen recht door Luchthaven standhoudt.
De grieven van Chipshol werden grotendeels ongegrond verklaard, behalve die tegen de ongeclausuleerde afwijzing van de vordering tot opheffing van het beslag onder Rabobank en Groenenberg. Het hof vernietigde dit deel van het vonnis en bepaalde dat het beslag onder Rabobank en Groenenberg wordt opgeheven onder de voorwaarde van een bankgarantie. De vordering tot opheffing van het beslag op het Groenenbergterrein werd niet ontvankelijk verklaard.
Tot slot compenseerde het hof de proceskosten in hoger beroep en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof heft het conservatoir derdenbeslag onder Rabobank en Groenenberg op onder de voorwaarde dat een bankgarantie wordt gesteld.