ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9666
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- F.J.P.M. Haas
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over tijdigheid en rechtmatigheid opleggen vergrijpboete loonbelasting
Belanghebbende, een BV actief als openbaar accountant, verstrekt vaste onkostenvergoedingen aan werknemers. Na looncontroles in 1998 en 2003 en een boekenonderzoek in 2005, legde de inspecteur een naheffingsaanslag en een vergrijpboete op wegens onvoldoende onderbouwing van deze vergoedingen.
De rechtbank vernietigde de boetebeschikking omdat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de mededeling over de boete gelijktijdig met de naheffingsaanslag was gedaan, zoals vereist door artikel 67e, derde lid, AWR. In hoger beroep stond centraal of de boete tijdig en terecht was opgelegd.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur niet had bewezen dat de feiten die de naheffing rechtvaardigden pas in het laatste halfjaar van de naheffingstermijn bekend werden, een vereiste voor het verlengen van de boetetermijn. De inspecteur had al vroeg in het boekenonderzoek voldoende aanwijzingen. Hierdoor was de boete niet tijdig opgelegd en moest de boetebeschikking worden vernietigd.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de kostenveroordeling toe in samenhang met een gerelateerde zaak. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 14 oktober 2010.
Uitkomst: De vergrijpboete is niet tijdig en rechtmatig opgelegd en wordt vernietigd.