ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9338
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding inzake BTW-compensatiefonds
Belanghebbende maakte bezwaar tegen beschikkingen over bijdragen aan het BTW-compensatiefonds over de jaren 2003 tot en met 2005, maar diende dit bezwaar pas op 29 december 2006 in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk, maar het hof stelt vast dat dit onterecht is omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
De inspecteur wijzigde in hoger beroep zijn standpunt en stelde dat het bestuurlijke akkoord van april 2006, waarbij extra middelen uit het gemeentefonds werden onttrokken ter aanzuivering van tekorten, geen grond is om de termijnoverschrijding te vergoelijken. Belanghebbende betoogde dat zij pas na kennisname van de circulaire van mei 2006 over de extra uitname uit het gemeentefonds op de hoogte was en aanvankelijk op compensatie rekende, waardoor de late indiening verschoonbaar zou zijn.
Het hof oordeelt echter dat de uitname uit het gemeentefonds niet met terugwerkende kracht is verhoogd en dat belanghebbende niet zo spoedig mogelijk bezwaar heeft gemaakt. Ook het contact met het Ministerie van Financiën rechtvaardigt geen latere indiening. Het hof bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk is wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.