ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9105
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing exceptio plurium litis consortium in hoger beroep huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van World Fashion Centre Amsterdam B.V. (WFC) tegen een vonnis van de kantonrechter dat haar vorderingen tegen Koker Holding B.V. niet-ontvankelijk verklaarde. De vordering betrof betaling van achterstallige huurpenningen uit hoofde van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte in het World Fashion Centre te Amsterdam.
Koker Holding stelde in een incident de exceptio plurium litis consortium op, stellende dat WFC ook Koker Fashion B.V. had moeten dagvaarden omdat beide partijen een ondeelbare rechtsverhouding zouden hebben. Het hof oordeelde dat deze exceptie niet slaagt omdat WFC in het appel alleen Koker Holding dagvaardde en Koker Fashion niet appelleerde. De rechtsverhouding is daardoor niet ondeelbaar.
Het hof bevestigde dat Koker Fashion als opvolgende huurder is opgetreden en dat Koker Holding niet hoofdelijk aansprakelijk is gebleven. De procedure wordt voortgezet met een rolzitting voor beraad over het vervolg. De beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest.
Uitkomst: De exceptio plurium litis consortium wordt afgewezen en de zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere procedure.