ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9020
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten plastische chirurgie als buitengewone uitgaven
Belanghebbenden, beiden huisarts, brachten in hun belastingaangifte kosten in aftrek voor behandelingen door een plastisch chirurg. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat niet was aangetoond dat er een direct verband bestond tussen de behandelingen en een ziekte, noch dat de behandelingen medisch noodzakelijk waren.
Belanghebbenden verwezen naar de Wet bescherming persoonsgegevens om geen inzage te geven in medische gegevens, maar het hof oordeelde dat dit geen vrijstelling van de bewijslast oplevert. De wetgeving vereist dat voor aftrek van buitengewone uitgaven een direct verband met ziekte en medische noodzaak wordt aangetoond.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat de bewijslast niet was voldaan en het hof bevestigde deze uitspraak. De kosten werden terecht niet als aftrekbare buitengewone uitgaven erkend. Tevens werd geen grond gevonden voor vermindering van heffingsrente of kostenveroordeling.
Uitkomst: De aftrek van kosten voor plastische chirurgie als buitengewone uitgaven wordt geweigerd wegens onvoldoende bewijs van direct verband met ziekte en medische noodzaak.