ECLI:NL:GHAMS:2010:BO8588
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen voorlopige aanslag inkomstenbelasting wegens onzorgvuldige vaststelling
Belanghebbende verzocht om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting over 2007 vanwege een eenmalige dividenduitkering die belast werd tegen een verlaagd tarief van 22%. Voor 2008 legde de inspecteur automatisch een voorlopige aanslag op, gebaseerd op de gegevens van 2007, zonder rekening te houden met het incidentele karakter van de dividenduitkering.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de voorlopige aanslag 2008 en verzocht om een kostenvergoeding. De inspecteur herzag de aanslag tot nihil, maar wees het verzoek om kostenvergoeding af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat voorlopige aanslagen schattingen zijn en geen onrechtmatigheid opleveren bij herroeping.
Het hof oordeelt echter dat de inspecteur bij het vaststellen van de voorlopige aanslag de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door niet adequaat rekening te houden met het incidentele karakter van de dividenduitkering in 2007. Hierdoor is sprake van onrechtmatigheid die leidt tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten (€ 724,50) en het griffierecht (€ 149).
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens onzorgvuldige vaststelling van de voorlopige aanslag.