ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7193
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.A. Joustra
- G.B.C.M. van der Reep
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandige tegen verzekeraar wegens niet-adequate schadeafhandeling
De zaak betreft een arbeidsongeschiktheidsverzekering die een zelfstandige, voormalig directeur van een bouwbedrijf, had afgesloten bij de verzekeraar Noordhollandsche. Na het intreden van arbeidsongeschiktheid in 2004 ontstond een geschil over de uitkering en de mate van arbeidsongeschiktheid. De verzekeraar weigerde aanvankelijk uit te keren en gaf onvoldoende uitvoering aan het in de polis opgenomen artikel 16, dat voorschrijft dat de mate van arbeidsongeschiktheid door deskundigen moet worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeraar het geding onnodig had vertraagd en dat de zaak moest worden beslist zonder nader deskundigenonderzoek, mede vanwege de ontoereikende medewerking van de verzekeraar en de grote belangen van de verzekerde. Het hof bevestigt deze beoordeling en wijst het verzoek van de verzekeraar om alsnog nader onderzoek te gelasten af. Het hof stelt vast dat de verzekerde voldoende gemotiveerd heeft gesteld voor 100% arbeidsongeschikt te zijn en dat verdere vertraging onverantwoord zou zijn.
Daarnaast wijst het hof de grieven van de verzekeraar af, waaronder het bezwaar tegen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en de aanpassing van de rentevergoeding. De verzekeraar wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en benadrukt het belang van tijdige en zorgvuldige schadeafhandeling door verzekeraars.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek om nader deskundigenonderzoek af, met veroordeling van de verzekeraar in de proceskosten.