ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4797
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep wegens geen tegemoetkoming bestuursorgaan
Belanghebbende, exploitant van een coffeeshop, kreeg navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en boetes opgelegd voor de jaren 2002 en 2003. Deze aanslagen betroffen onder meer vergoedingen voor het uitlenen van personeel aan een verbonden stichting. Na bezwaar en een ongegrondverklaring door de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in. Dit beroep werd later ingetrokken met het verzoek om de inspecteur in de proceskosten te veroordelen op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het geschil betrof de vraag of de inspecteur aan belanghebbende was tegemoetgekomen door vermindering van een naheffingsaanslag loonbelasting die aan de stichting was opgelegd. Belanghebbende stelde dat deze vermindering en de doorbetaling van het bedrag door de stichting aan hem neerkwamen op een tegemoetkoming door het bestuursorgaan.
Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag loonbelasting en de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting aan verschillende belastingplichtigen waren opgelegd en dat alleen de naheffingsaanslag aan de stichting was verminderd. Hierdoor was geen sprake van een tegemoetkoming aan belanghebbende als indiener van het beroepschrift. Ook het feit dat de inspecteur contact had gehad met de collega die bevoegd was de naheffingsaanslag te verminderen, deed hieraan niet af.
Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Amsterdam op 21 oktober 2010.
Uitkomst: Het Hof wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat geen sprake is van een tegemoetkoming door het bestuursorgaan.