ECLI:NL:GHAMS:2010:BO2137
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot medehuurderschap afgewezen wegens ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding
De zaak betreft een geschil over medehuurderschap van een woning aan een ex-partner die na het beëindigen van hun relatie in de woning is gaan wonen terwijl de huurder, vrouw, opgenomen was in een verpleegtehuis. De vrouw had een herseninfarct en leed aan dementie, waardoor terugkeer naar de woning werd uitgesloten.
De ex-partner vorderde medehuurderschap, stellende dat er een duurzame gemeenschappelijke huishouding bestond. Ymere, de verhuurder, vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, omdat de huurder de woning niet meer gebruikte en het gebruik door derden niet was toegestaan.
De kantonrechter wees het verzoek tot medehuurderschap af wegens onvoldoende bewijs van een duurzame gemeenschappelijke huishouding op het moment van opname. Ook oordeelde de kantonrechter dat terugkeer van de huurder naar de woning niet mogelijk was en wees de ontbinding en ontruiming toe.
Het hof bevestigde dit oordeel, overwegende dat het tijdsverloop sinds het einde van de relatie te lang was en dat de omstandigheden onvoldoende waren om een duurzame gemeenschappelijke huishouding aan te nemen. Ook de mogelijkheid van terugkeer werd onvoldoende onderbouwd. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde de ex-partner in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot medehuurderschap wordt afgewezen en de ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming van de woning wordt bevestigd.