ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0369
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bron van inkomen voor psychotherapeute muziek- en dramatherapie 2005
Belanghebbende, werkzaam als psychotherapeute met specialisatie in muziek- en dramatherapie, voerde in 2005 activiteiten uit naast haar loondienstverbanden. Hoewel zij in dat jaar een negatief resultaat uit haar werkzaamheden had, stelde zij dat zij redelijkerwijs voordeel kon verwachten van haar activiteiten. Het Hof nam concrete feiten en omstandigheden in aanmerking, zoals facturen uit 2005, samenwerkingsconvenanten en verklaringen van een collega.
De inspecteur betwistte het bestaan van een bron van inkomen, verwijzend naar artikel 3.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, maar dit deed niet af aan de beoordeling of sprake was van een bron. Het Hof oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat zij in 2005 redelijkerwijs voordeel kon verwachten, mede door de inspanningen voor BIG-registratie en verwijzingen van huisartsen.
Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Haarlem, verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten van € 644. Tevens werd een griffierecht van € 447 opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de activiteiten van belanghebbende in 2005 een bron van inkomen vormen en verklaart het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.