ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9758
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- C.G. Kleene-Eijk
- H.S.G. Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Ontheffing ouderlijk gezag en benoeming Bureau Jeugdzorg tot voogd over minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep van de Raad voor de Kinderbescherming tegen een beschikking van de rechtbank Haarlem waarin het verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind werd afgewezen. De minderjarige is sinds 2002 onder toezicht gesteld en sinds 2003 geplaatst bij pleegouders vanwege ernstige ontwikkelingsproblemen en een onveilige thuissituatie.
Het hof overweegt dat de moeder ongeschikt is om haar opvoedingsplicht te vervullen, mede gezien de reactieve hechtingsstoornis en separatieangst van het kind. Het kind heeft behoefte aan een stabiel en veilig opvoedingsklimaat dat het pleeggezin biedt. De continuïteit van de plaatsing en het belang van het kind bij duidelijkheid over zijn toekomst wegen zwaarder dan het belang van de moeder bij het instandhouden van het gezag.
De moeder heeft de bevindingen van het Haags Ambulatorium betwist, maar het hof acht het onderzoek en de rapportage betrouwbaar en voldoende onderbouwd. Het verzoek van de moeder dat eerst onderzoek naar terugplaatsing zou moeten plaatsvinden, wordt verworpen omdat het kind geen draagkracht heeft voor terugkeer.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en heft de moeder op van het gezag over de minderjarige. Bureau Jeugdzorg wordt benoemd tot voogd en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het ouderlijk gezag en Bureau Jeugdzorg benoemd tot voogd over de minderjarige.