ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7285
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.A.J. Dun
- A.E.M. Röttgering
- C.J.D. Waal
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair ten laste gelegde en veroordeling voor poging tot openbaarmaking verboden reclame softdrugs
De verdachte werd primair beschuldigd van het opzettelijk openbaar maken van reclame voor softdrugs door het verspreiden van ansichtkaarten met de naam en het adres van een coffeeshop, een afbeelding van een hennepplant en de tekst 'Cannabis cup winner 2000'. Het hof oordeelde dat de enkele vermelding van de naam en het adres van een coffeeshop niet als openbaarmaking in de zin van artikel 3b Opiumwet kan worden gezien, tenzij er een directe relatie met drugs wordt gelegd.
De ansichtkaarten bevatten echter een afbeelding van een hennepplant en een tekst die als aanprijzing van drugs kan worden opgevat, waardoor sprake is van een poging tot verboden openbaarmaking. De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid van het OM aan op grond van het gedoogbeleid en afwezigheid van schuld wegens onduidelijkheid, maar het hof verwierp deze verweren.
Het hof stelde vast dat de kaarten zichtbaar in de vitrine en op de toonbank lagen en dat het de bedoeling was dat klanten deze kaarten meenamen en verspreidden. Er was sprake van opzet en poging tot openbaarmaking in strijd met artikel 3b Opiumwet. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 150 euro, te vervangen door drie dagen hechtenis bij niet-betaling, en de ansichtkaarten werden onttrokken aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van primair ten laste gelegde en veroordeeld tot geldboete voor poging tot verboden openbaarmaking van reclame voor softdrugs.