ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7121
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat inspecteur heffingsrente niet kan herzien via nadere beschikking
De inspecteur bracht belanghebbende heffingsrente in rekening over de periode 1998-2000, maar berekende deze door een administratieve fout te laag. Na bezwaar verminderde de inspecteur de heffingsrente, maar belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, die de beschikking vernietigde. De inspecteur ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het geschil betrof de vraag of de inspecteur bevoegd was om de aanvankelijk te weinig in rekening gebrachte heffingsrente alsnog via een nadere beschikking te corrigeren. Het Hof oordeelde dat noch artikel 30j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, noch enige andere wettelijke bepaling deze bevoegdheid aan de inspecteur verleent.
Het Hof volgde de rechtbank in haar oordeel dat de wettelijke regeling omtrent heffingsrente alleen ziet op rechtsbescherming en procedurele gelijkstelling met belastingaanslagen, maar niet op het achteraf verhogen van een te laag vastgesteld bedrag via een nadere beschikking. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, het hoger beroep van de inspecteur ongegrond verklaard en de inspecteur veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de inspecteur niet bevoegd is een te laag berekende heffingsrente via een nadere beschikking te verhogen en verklaart het hoger beroep ongegrond.