ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6246
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.D.L. Nuis
- D.J.M.W. Paridaens-van der Stoel
- M.J. Borgers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsvordering wederrechtelijk verkregen voordeel drugshandel
De zaak betreft een hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem waarin de veroordeelde werd verplicht tot betaling van €116.446,21 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel. Het hof onderzocht de vordering van het openbaar ministerie en de verweren van de verdediging, waaronder betwistingen van uitgaven en correcties op de kasopstelling.
Het hof oordeelde dat betalingen aan medeverdachten die via schikkingen waren ontnomen niet dubbel mochten worden afgetrokken, omdat het voordeel op verschillende wijze was genoten. Diverse uitgaven aan derden, zoals aan een getuige en aan sieraden, werden deels in mindering gebracht wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijke besteding. De exploitatie van café [Y] werd toegerekend aan de veroordeelde ondanks dat het op naam van een derde stond, vanwege feitelijke zeggenschap en inkomsten.
Na het verwerken van correcties op uitgaven en het uitsluiten van dubbeltellingen, stelde het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €265.803,92. Gezien de lange duur van de procedure en overschrijding van de redelijke termijn matigde het hof het te betalen bedrag tot €252.500,-. De draagkracht van de veroordeelde werd onvoldoende aangetoond om tot een verdere verlaging te komen. Het arrest vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Uitkomst: Het hof legt een ontnemingsverplichting van €252.500,- op aan de veroordeelde na correcties en matiging.