ECLI:NL:GHAMS:2010:BN5108
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Medehuurderschap alleen bij voldoende financiële waarborg op beslismoment
In deze zaak ging het om het verzoek van [Geïntimeerde 1] en [Geïntimeerde 2] om medehuurderschap van een woning toe te kennen aan [Geïntimeerde 2]. De verhuurder, Kess Corporation N.V., had dit geweigerd op grond van onvoldoende financiële waarborg en het ontbreken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
De kantonrechter stelde vast dat de partijen al meer dan twee jaar een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren en dat [Geïntimeerde 2] voldoende waarborg bood voor nakoming van de huur, mede door toeslagen en uitkeringen na overlijden van de huurder. Kess maakte bezwaar tegen deze conclusies.
Het hof oordeelde dat de gemeenschappelijke huishouding als vaststaand moest worden beschouwd omdat Kess geen tegenbewijs had geleverd. Echter, het hof stelde dat op het moment van beslissing [Geïntimeerde 2] geen eigen inkomsten of vermogen had, waardoor onvoldoende financiële waarborg bestond. Medehuurderschap kan alleen worden toegewezen indien op het beslismoment voldoende waarborg bestaat, wat hier niet het geval was.
Daarom vernietigde het hof het eindvonnis en wees de vordering af. [Geïntimeerden] werden veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot medehuurderschap af wegens onvoldoende financiële waarborg op het moment van beslissing.