ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4101
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- W.J. Noordhuizen
- R.J.Q. Klomp
- Rechtspraak.nl
Assurantietussenpersoon faalt in bewijs van solvabiliteit Litouwse verzekeraar BIG bij kredietverzekering
In deze civiele procedure stond centraal of de Litouwse verzekeraar Baltic Insurance Group (BIG) begin 2001 daadwerkelijk in staat was haar verplichtingen uit een kredietverzekeringsovereenkomst jegens Steel-Link na te komen. IFR, als assurantietussenpersoon, en CIU, als gevolmachtigd agent van BIG, voerden aan dat BIG solide was, maar slaagden er niet in dit te bewijzen. Het hof wees op de beperkte bewijswaarde van getuigenverklaringen van betrokkenen en het ontbreken van concreet financieel bewijs van BIG's solvabiliteit.
Het hof stelde vast dat IFR haar zorgplicht jegens Steel-Link had geschonden door een verzekeringsovereenkomst tot stand te brengen met een verzekeraar waarvan niet vaststond dat zij haar verplichtingen kon nakomen. CIU handelde onrechtmatig door als gevolmachtigd agent dergelijke overeenkomsten te sluiten zonder zekerheid over BIG's financiële draagkracht. De persoonlijke verwijtbaarheid van de bestuurder van IFR bleef in dit stadium onbesproken.
Verder behandelde het hof de schadevergoeding en de dekking onder de polis, waarbij onduidelijkheden over polisvoorwaarden en de financiële situatie van de koper [Koper] in Argentinië een rol speelden. Ook werd de verkoop van de vordering door Steel-Link aan derden besproken, waarbij het hof oordeelde dat dit de vorderingsrechtelijke positie jegens IFR en CIU niet aantastte. De vermeerderde eis van de bestuurder van IFR wegens een dwangsom werd afgewezen. Het hof stelde partijen in de gelegenheid hun standpunten nader toe te lichten en verwees de zaak naar een rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat IFR haar zorgplicht heeft geschonden en CIU onrechtmatig handelde, maar laat verdere beslissingen in het principaal appel aan de rolzitting over.