ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4099
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- G.J. Visser
- J.C. Toorman
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in kort geding over reorganisatie ABN AMRO
Appellanten, voormalige senior traders bij ABN AMRO, werden boventallig verklaard na de overname door een consortium, waarna hun werkzaamheden werden beëindigd. Zij stelden dat sprake was van een overgang van onderneming en dat zij ten onrechte voor een keuze tussen vergoeding of mobiliteitorganisatie werden gesteld. Na afwijzing van hun kort geding bij de kantonrechter, verzochten zij het hof om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen om elf getuigen te horen over de reorganisatie en het advies van de ondernemingsraad.
Het hof oordeelde dat hoewel een voorlopig getuigenverhoor in kort geding in beginsel mogelijk is, dit slechts toewijsbaar is bij een spoedeisend belang. Appellanten dienden hun verzoek pas drie maanden na het vonnis van de kantonrechter in zonder verklaring voor deze vertraging. Daarnaast was het aantal getuigen omvangrijk en het onderzoek waarschijnlijk tijdrovend, wat het spoedeisende karakter van de procedure ondermijnde.
Ook was geen bodemprocedure aanhangig gemaakt of voorafgaand aan die procedure een verzoek om voorlopig getuigenverhoor bij de rechtbank ingediend. Het hof concludeerde dat het verzoek in strijd was met de goede procesorde en wees het af, waarbij appellanten werden veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor af wegens gebrek aan spoedeisend belang en veroordeelt appellanten in de proceskosten.