ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3071
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- B.A. van Brummelen
- U.E. Tromp
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrek omzetbelasting bij gemengd gebruik verbouwd pand
Belanghebbende, een ondernemer, kocht in 2002 met haar echtgenoot een boerderij die zij verbouwde tot woning en kantoor. Het kantoor beslaat 25% van het pand en wordt zakelijk gebruikt, terwijl de woning voor 75% privé wordt gebruikt. De vraag was of belanghebbende recht heeft op volledige aftrek van de omzetbelasting die zij betaalde over de verbouwingskosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat het pand uit twee zelfstandige delen bestaat, die elk afzonderlijk worden gebruikt. De omzetbelasting over het privégebruik van het pand kan niet worden afgetrokken. Het hof bevestigt dit oordeel en verwijst naar de Wet op de omzetbelasting 1968 en de Zesde richtlijn omzetbelasting. Volgens het hof is volledige aftrek niet verenigbaar met de systematiek van de omzetbelastingheffing.
Het hof benadrukt dat de verbouwing niet heeft geleid tot een nieuw onroerend goed en dat de prestaties afzonderlijk moeten worden beoordeeld. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd en de rechtbankuitspraken worden bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Belanghebbende heeft geen recht op volledige aftrek van de omzetbelasting over de verbouwing; alleen 25% aftrek is toegestaan.