ECLI:NL:GHAMS:2010:BN0989
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bewijslastverdeling bij loonovereenkomst voor dienstverlening en vervoer vleugel
In deze civiele zaak staat centraal de vraag wie de bewijslast draagt omtrent de loonafspraken voor diensten en vervoer van vleugels die door appellante aan geïntimeerde zijn verricht. Appellante vordert betaling van een gefactureerd bedrag voor werkzaamheden die zij in opdracht van geïntimeerde heeft uitgevoerd.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat appellante onvoldoende bewijs leverde dat geïntimeerde tot betaling was gehouden. Het hof stelt echter dat volgens artikel 7:405 lid 1 BW Pro de opdrachtgever moet bewijzen dat geen loon is verschuldigd, niet de opdrachtnemer dat loon is overeengekomen. Dit geldt ook voor het vervoer van de vleugel, dat als een aparte overeenkomst van goederenvervoer wordt beschouwd maar in dit geval één geheel vormt met de overige diensten.
Het hof laat geïntimeerde toe bewijs te leveren dat er een sponsorovereenkomst bestond of dat loon in natura is overeengekomen. Appellante krijgt gelegenheid om opheldering te geven over de facturering van 90 concerten. Een comparitie wordt gelast om bewijs te verzamelen en mogelijke schikking te onderzoeken. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst de zaak aan voor nader bewijs en comparitie en wijst de vordering niet definitief toe.