ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9908
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Toepassing terbeschikkingstellingsregeling en zakelijke rente op vordering aan aanmerkelijkbelangvennootschap
Belanghebbende, bestuurder en enig aandeelhouder van [A] B.V., had een vordering op [C] B.V., een vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang had. De vordering was overgenomen voor een symbolisch bedrag van één gulden en was renteloos gebleven. De inspecteur stelde dat de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing was en dat een zakelijke rente van 5% moest worden berekend.
De rechtbank Haarlem had het beroep van belanghebbende deels gegrond verklaard door de boete te verminderen, maar het geschil over de rente bleef bestaan. Het hof oordeelde dat de vordering een reëel vermogensbestanddeel was, ondanks de lage verkrijgingsprijs en het negatieve eigen vermogen van de vennootschap.
Het hof stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat het achterwege laten van rente zakelijke gronden had. Bovendien was in de overdrachtsakte sprake van rente en kosten, en was de vordering voortgekomen uit een borgstelling die door subrogatie recht gaf op rentevergoeding.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De zakelijke rente moest worden meegenomen bij de vaststelling van het resultaat uit de werkzaamheid van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing is en dat zakelijke rente moet worden berekend over de vordering.