ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9467
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- P.J. Duinkerken
- C.T. Barbas
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep: afwijzing vordering bank wegens onvoldoende bewijs debetsaldo rekening-courant
In deze zaak stond een vordering van ABN AMRO Bank N.V. tegen [E] centraal, voortvloeiend uit een rekening-courant overeenkomst met kredietfaciliteiten voor V.O.F. Uitzendbureau A&A. De bank stelde dat per 11 juli 2005 een debetsaldo van € 26.744,37 bestond, dat niet was aangezuiverd.
De rechtbank had de vordering toegewezen, uitgaande van het standpunt dat [E] vennoot was van de VOF ten tijde van het krediet. In hoger beroep betwistte [E] de hoogte van het debetsaldo en de bank kon dit saldo onvoldoende onderbouwen. Het overgelegde overzicht betrof een contractnummer dat niet overeenkwam met het rekeningnummer en gaf geen verklaring voor de forse stijging van het saldo in een korte periode.
Het hof stelde vast dat het debetsaldo waarop de vordering was gebaseerd niet in rechte was komen vast te staan. Hierdoor slaagde het griefonderdeel van [E] en werd het verstekvonnis vernietigd. De vordering van ABN AMRO werd alsnog afgewezen. De bank werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten, met uitzondering van bepaalde kosten die voor rekening van [E] kwamen vanwege diens niet verschijnen in eerste aanleg.
Uitkomst: Het hof vernietigde het verstekvonnis en wees de vordering van ABN AMRO af wegens onvoldoende bewijs van het debetsaldo.