ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9230
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over bruikleen en vervangende schadevergoeding van zeilen bij zeiljacht
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen twee aandeelhouders over de bruikleen van twee zeilen, een spinnaker en een stagzeil, behorend bij een zeiljacht. De appellant had deze zeilen in bruikleen ontvangen voor wedstrijden op Sint Maarten, maar weigerde deze na sommatie tijdig terug te bezorgen.
De rechtbank had de vordering van de geïntimeerde tot betaling van vervangende schadevergoeding toegewezen. Het hof bevestigt dat appellant persoonlijk partij was bij de bruikleenovereenkomst, ondanks dat sommatie naar het faxnummer van diens vennootschap was gestuurd. Het hof oordeelt dat de brief van de geïntimeerde geldt als mededeling tot omzetting van de terugbezorgingsplicht in een vordering tot schadevergoeding, omdat appellant na een redelijke termijn van een week in verzuim was.
Appellant's beroep op crediteursverzuim en niet-schadebeperkend handelen faalt, omdat hij reeds in verzuim was. Het hof wijst erop dat de rechtbank ten onrechte de schadevergoeding baseerde op het verschil in verkoopprijs van het jacht met en zonder zeilen, en bepaalt dat de dagwaarde van de zeilen in juli 2006 moet worden vastgesteld. Het hof verwijst de zaak terug voor benoeming van een deskundige die deze dagwaarde zal bepalen, waarna partijen zich hierover kunnen uitlaten.
Uitkomst: Het hof bevestigt omzetting van terugbezorgingsplicht in schadevergoeding en verwijst zaak voor deskundigenonderzoek naar dagwaarde van de zeilen.