ECLI:NL:GHAMS:2010:BM7410
Gerechtshof Amsterdam
- Versnelde behandeling
- M.M.M. Tillema
- S.F. Schütz
- J.H. Huijzer
- Rechtspraak.nl
Ketting met kruisbeeld zichtbaar dragen over bedrijfskleding niet toegestaan wegens professionele uitstraling
De zaak betreft [A], een tramconducteur bij GVB, die zijn ketting met een kruis zichtbaar wilde dragen over zijn nieuwe bedrijfskleding. GVB stelde een kledingvoorschrift in dat sieraden niet zichtbaar boven de kleding gedragen mogen worden, wat leidde tot een geschil over godsdienstvrijheid en discriminatie.
De kantonrechter wees de vordering van [A] af, stellende dat het verbod niet onredelijk is en geen onderscheid naar godsdienst maakt. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat hoewel het zichtbaar dragen van de ketting indirect onderscheid kan vormen, dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is door het legitieme doel van een professionele en uniforme uitstraling.
GVB heeft voldoende aangetoond dat het kledingvoorschrift passend en noodzakelijk is om de gewenste uitstraling te waarborgen. Het hof oordeelt dat GVB zich als werkgever niet onredelijk heeft opgesteld en dat het recht op godsdienstvrijheid geen uitzondering op het kledingvoorschrift rechtvaardigt.
Het argument dat het dragen van een hoofddoek wel is toegestaan, wordt verworpen omdat de hoofddoek onderdeel is van het uniform en de uitstraling niet verstoort. De vorderingen van [A] worden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering af om de ketting met kruis zichtbaar over de bedrijfskleding te dragen.