ECLI:NL:GHAMS:2010:BM5544
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- F.J.P.M. Haas
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navordering en boetebeschikking wegens niet voldoen urencriterium zelfstandigenaftrek
Belanghebbende beëindigde in 2003 zijn dienstverband en gaf in zijn belastingaangifte een verlies uit onderneming op, waarbij zelfstandigenaftrek werd geclaimd. De inspecteur startte een boekenonderzoek naar aanleiding van een negatieve aangifte omzetbelasting en concludeerde dat belanghebbende niet voldeed aan het urencriterium en dat zijn activiteiten niet als onderneming konden worden aangemerkt.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op. Belanghebbende voerde aan dat hij wel aan het urencriterium had voldaan, maar kon dit niet aannemelijk maken met een urenverantwoording. Het hof oordeelt dat de inspecteur terecht een nieuw feit heeft vastgesteld via het boekenonderzoek, waardoor navordering mogelijk is.
Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en vernietigt de boetebeschikking. Belanghebbende komt niet in aanmerking voor zelfstandigenaftrek omdat het urencriterium niet is gehaald. Er is geen sprake van ambtelijk verzuim dat navordering belemmert.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag en boetebeschikking worden bevestigd omdat belanghebbende niet voldoet aan het urencriterium.