ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3577
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Jurgens
- Haentjens
- Brilman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens het verlenen van beleggingsdiensten zonder vergunning
De verdachte werd beschuldigd van meerdere feiten, waaronder het doen van onjuiste belastingaangiften, betrokkenheid bij oplichting en het zonder vergunning verlenen van beleggingsdiensten. Het hof sprak de verdachte vrij van de belastingfraude en oplichting wegens gebrek aan bewijs en onvoldoende wetenschap van de verdachte over de frauduleuze praktijken.
Het hof oordeelde dat het zonder vergunning aanbieden van beleggingsdiensten een voortdurend delict betreft en dat de verdachte als medepleger kan worden aangemerkt voor het verlenen van deze diensten aan beleggers, waaronder ook Nederlandse ingezetenen. De wijziging van de wetgeving (van Wte 1995 naar Wft) leidde ertoe dat het verlenen van diensten vanuit Nederland aan buitenlandse cliënten niet langer strafbaar is, maar het hof paste de gunstigere nieuwe wet toe en sprak verdachte vrij voor zover de diensten aan buitenlandse cliënten werden verleend.
De redelijke termijn was overschreden, wat het hof betrok bij de strafmaat. Uiteindelijk veroordeelde het hof de verdachte tot een geldboete van €8.000,00, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten en het vonnis van de rechtbank werd vernietigd.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €8.000 wegens het zonder vergunning verlenen van beleggingsdiensten aan Nederlandse cliënten.