ECLI:NL:GHAMS:2010:BM1653
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt dat geldverstrekking aan Thaise deelneming civielrechtelijk geen lening is maar informele kapitaalstorting
In deze zaak stond centraal of een geldverstrekking door belanghebbende aan haar Thaise deelneming [Q] civielrechtelijk als lening kon worden aangemerkt, en daarmee fiscaal als deelnemerschapslening kwalificeerde. De inspecteur had de aanslag vennootschapsbelasting opgelegd en gehandhaafd, waarbij het valutaverlies op de geldverstrekking niet aftrekbaar werd geacht. De rechtbank had geoordeeld dat de geldverstrekking als deelnemerschapslening moest worden aangemerkt, waardoor het valutaverlies niet aftrekbaar was.
In hoger beroep betoogde belanghebbende aanvankelijk dat sprake was van een deelnemerschapslening, maar erkende later het oordeel van de rechtbank. Het Hof onderzocht zelfstandig de civielrechtelijke kwalificatie van de geldverstrekking en concludeerde dat de 'Funding Agreement' geen leningsovereenkomst bevatte omdat essentiële kenmerken van een lening, zoals een terugbetalingsverplichting en rentevergoeding, ontbraken.
Het Hof stelde vast dat de geldverstrekking als een informele kapitaalstorting moet worden aangemerkt. Dit oordeel werd onderbouwd door het ontbreken van een terugbetalingsverplichting, het ontbreken van zekerheden en het feit dat belanghebbende als aandeelhouder bewust een voordeel aan de deelneming heeft verstrekt. Het valutaverlies kon daarom niet als afwaarderingsverlies op een deelnemerschapslening in aftrek worden gebracht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het Hof wees tevens op de mogelijkheid van cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de geldverstrekking geen lening is maar een informele kapitaalstorting, waardoor het valutaverlies niet aftrekbaar is.