ECLI:NL:GHAMS:2010:BM0868
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- B.A. van Brummelen
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beschikking heffingsrente in inkomstenbelasting 2007
In deze zaak staat de vraag centraal of de inspecteur terecht een beschikking heffingsrente van €12 heeft vastgesteld over het jaar 2007. Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen deze heffingsrente, waarna de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en de heffingsrente liet vervallen. Het hof stelt vast dat de inspecteur de voorlopige aanslag heeft verminderd vanwege een ten onrechte niet toegepaste arbeidskorting en daarbij niet onzorgvuldig heeft gehandeld.
De rechtbank had geoordeeld dat de vermindering van de voorlopige aanslag onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat de inspecteur niet kon aangeven waarop een vermeende aanvulling op de aangifte was gebaseerd. Het hof stelt echter vast dat de vermindering mede gebaseerd was op een brief van belanghebbende waarin een fout in een eerdere voorlopige aanslag werd gemeld. Hierdoor was het gerechtvaardigd de aanslag verder te verminderen dan alleen op grond van de aangifte.
Het hof benadrukt dat het tijdstip van betaling van de voorlopige aanslagen niet relevant is voor de berekening van de heffingsrente en dat de inspecteur de wettelijke bepalingen correct heeft toegepast. Het beroep op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel door belanghebbende wordt verworpen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Beide partijen worden niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de beschikking heffingsrente van €12.