ECLI:NL:GHAMS:2010:BL7412
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herinvesteringsreserve bij verkoop onroerende zaak 2001
Belanghebbende, moedermaatschappij in een fiscale eenheid, verkocht in 2001 een onroerende zaak met een aanzienlijke boekwinst. Zij vormde een herinvesteringsreserve voor een deel van deze winst, gebaseerd op een vermeend investeringsproject in een jachthaven en hotel in het buitenland.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag op en weigerde de herinvesteringsreserve te erkennen wegens gebrek aan concreet herinvesteringsvoornemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat belanghebbende niet overtuigend heeft aangetoond dat zij ultimo 2001 een voldoende concreet herinvesteringsvoornemen had. De overgelegde stukken betroffen grotendeels oude plannen uit de periode 1988-1990 en een projectovereenkomst zonder bewijs van uitvoering.
De bewijslast lag bij belanghebbende vanwege omkering en verzwaring, maar zij slaagde er niet in deze te dragen. Het Hof oordeelt dat de navorderingsaanslag terecht is gehandhaafd en bevestigt het vonnis van de rechtbank.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 11 maart 2010.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat belanghebbende niet overtuigend heeft aangetoond dat ultimo 2001 een concreet herinvesteringsvoornemen bestond, waardoor de navorderingsaanslag terecht is gehandhaafd.