ECLI:NL:GHAMS:2010:BL6172
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring klacht tegen gerechtsdeurwaarders wegens beslaglegging en communicatie
Klagers dienden een klacht in tegen gerechtsdeurwaarders vanwege de betekening van een alimentatiebeschikking en het leggen van beslag op woningen, waarbij zij tevens onwelwillende en onbehoorlijke communicatie door medewerkers aanvoerden.
De gerechtsdeurwaarders stelden dat zij enkel hun ministerieplicht uitvoerden en dat het beslag onder de werkgever door het LBIO was gelegd, waar zij geen verantwoordelijkheid voor dragen. De overbetekening van het beslag vond plaats vanwege wettelijke termijnen, en de kosten hiervan werden terugbetaald aan klager.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht ongegrond. In hoger beroep bevestigde het hof deze beslissing, verwijzend naar de wettelijke verplichtingen van gerechtsdeurwaarders en het ontbreken van bewijs voor klachtwaardig handelen. De communicatie tussen medewerkers en klagers bleef betwist, waardoor geen tuchtrechtelijke verwijtbaarheid kon worden vastgesteld.
Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarders niet tuchtrechtelijk laakbaar hadden gehandeld en dat de overbetekening, hoewel wellicht beter achterwege gelaten, niet klachtwaardig was gezien de wettelijke termijnen en terugbetaling van kosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de klacht tegen de gerechtsdeurwaarders ongegrond is wegens correcte uitvoering van hun ministerieplicht en onvoldoende bewijs van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.