ECLI:NL:GHAMS:2010:BL6153
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- F.J.P.M. Haas
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ambtelijk verzuim bij navordering inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een definitieve aanslag inkomstenbelasting opgelegd, gevolgd door een navorderingsaanslag met een hogere belastbare winst uit aanmerkelijk belang. De inspecteur handhaafde deze navorderingsaanslag en een boetebeschikking, maar de rechtbank vernietigde de boetebeschikking en handhaafde de navordering.
In hoger beroep stond centraal of de inspecteur het bedrag van de winst uit aanmerkelijk belang terecht had vastgesteld en of de feiten waarop de navordering was gebaseerd ten tijde van de oorspronkelijke aanslag bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn. Het hof oordeelde dat de inspecteur een ambtelijk verzuim had gepleegd door niet de aangifte te vergelijken met het entiteitsdossier, waarin onder meer een akte en een brief waren opgenomen die wezen op een terugbetaling van turbokapitaal.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de navorderingsaanslag betrof, verklaarde het beroep gegrond en verminderde de navorderingsaanslag tot het oorspronkelijk aangegeven inkomen vermeerderd met rentecorrecties. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 25 februari 2010.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd wegens ambtelijk verzuim van de inspecteur.