ECLI:NL:GHAMS:2010:BL3958
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting bij gebruik tijdens schorsing
Belanghebbende had zijn motorrijtuigenbelasting laten schorsen voor de periode van 19 september 2006 tot 12 augustus 2007. Tijdens een controle op 29 mei 2007 werd vastgesteld dat de auto werd gebruikt, wat volgens artikel 35, eerste lid, Wet MRB leidt tot naheffing van belasting over vier aaneengesloten kwartalen.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze uitspraak. Het hof oordeelde dat elk gebruik van het voertuig tijdens de schorsing, hoe kort ook, naheffing rechtvaardigt en dat de wet geen ruimte biedt voor matiging van de belasting wegens beperkt gebruik.
Belanghebbende voerde aan dat zijn financiële situatie matiging van de boete zou rechtvaardigen, maar het hof vond de aangeleverde salarisgegevens onvoldoende om dit aannemelijk te maken. De boete van 100% van de niet-betaalde belasting werd passend geacht.
Het hof concludeerde dat de naheffingsaanslag en boete terecht zijn opgelegd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag en boete wegens gebruik van het voertuig tijdens schorsing zonder matiging.