ECLI:NL:GHAMS:2010:BL1899
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot skimmen en voorhanden hebben skimapparatuur
Op 5 november 2008 werd verdachte betrapt bij het plaatsen en verwijderen van een opplakstrip op een geldautomaat te Amsterdam, bedoeld voor het kopiëren van betaalpasgegevens (skimmen). De strip werd niet teruggevonden. Verdachte werd vervolgd voor poging tot valselijk opmaken van betaalpassen en het voorhanden hebben van skimapparatuur.
De verdediging voerde aan dat geen sprake was van een begin van uitvoering van het misdrijf omdat de daadwerkelijke handeling van het opmaken van passen niet was gestart en dat het opzet op het voorhanden hebben van de apparatuur ontbrak. Ook werd betoogd dat de strip mogelijk ondeugdelijk was omdat niet vaststond of deze een werkende camera bevatte.
Het hof oordeelde dat het plaatsen en verwijderen van de strip een begin van uitvoering vormt gericht op voltooiing van het misdrijf, ongeacht de technische werking van de strip. Het hof achtte het opzet van verdachte op het voorhanden hebben van skimapparatuur bewezen, mede gelet op zijn eigen verklaring en algemene bekendheid met skimmen.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en veroordeelde verdachte tot 4 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. De straf werd gelijk gehouden aan de eis van de advocaat-generaal, mede vanwege het ontbreken van eerdere veroordelingen. Het arrest werd gewezen door de negende meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 januari 2010.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf voor poging tot skimmen en het voorhanden hebben van skimapparatuur.